Voorjaarsvakantiespel: 1

Iemand is ‘m, niemand is ‘m (2 vakken)

Algemeen (per organisatie)

  • Duur – 30 minuten
  • Deelnemers – min. 6 / max. 12
  • Afmeting – totale speelveld: 10 bij 14 meter (per vak 5 bij 7 meter)

Materiaal

  • Dopje 9x (rood)
  • Kleine bal 2x (1x blauw, 1x groen)
  • 1 hoepel
  • 12 lintjes (6x blauw, 6x oranje)

Organisatie

Er zijn 2 vakken in het speelveld. Alle spelers beginnen in vak 1.

Aandachtspunten 

  • Afgooien mag op het hele lichaam, m.u.v. het hoofd.
  • ‘via’ telt niet, dus niet via de grond of iemand anders.
  • Je mag niet lopen met de bal.

  

Plattegrond 

Oefenstof

Oefening

 Ieder speelt voor zichzelf. Het doel is om zoveel mogelijk punten te scoren door lintjes te verzamelen. Je verzamelt een lintje door in vak 2 iemand af te gooien of een gegooide bal direct uit de lucht te vangen. Iedere speler begint in vak 1, wanneer je in vak 1 iemand afgooit of een bal vangt, dan schuif je op naar vak 2. Lukt dit ook in vak 2 dan mag je een lintje pakken (= punt) en begin je opnieuw in vak 1. Word je in vak 2 afgegooid of wordt jouw bal gevangen, dan schuif je terug naar vak 1.

Uitbouw van het spel

  • Er worden te weinig kinderen afgegooid: Maak het speelveld kleiner of bepaal dat je 3 stappen met de bal mag zetten.
  • Er worden te snel kinderen afgegooid: Maak het speelveld groter, of bepaal dat een kind mag afweren met de handen.